Begeleiding van het kraambed
De eerste acht dagen na de bevalling noemen we het kraambed.
In deze periode zorgt de kraamverzorgster voor moeder en kind. Haar werkzaamheden bestaan uit de verzorging van de baby en de uitleg hierover. Een belangrijk onderdeel hiervan is de ondersteuning bij de borstvoeding.
Ook meet zij de temperatuur bij moeder en kind, voelt dagelijks naar de stand van de baarmoeder en controleert eventuele hechtingen en de hoeveelheid bloedverlies. Bij de baby let zij op het drinkgedrag, houdt de groei in de gaten en let op of de baby voldoende plast en poept.
Tussen de vijfde en de zevende dag wordt de hielprik en de gehoortest gedaan. De hielprik is een landelijk onderzoek die sinds januari 2007 het bloed test op een aandoening van de schildklier, een aandoening van de bijnier,een bloedziekte(sikkelcelziekte) en een aantal stofwisselingsziekte. Over deze test wordt in de laatste maand van de zwangerschap uitleg gegeven tijdens het spreekuur van de verloskundigen. Ook krijg je een folder uitgereikt waar alles nog eens na te lezen is, of kijk op de website van de rivm.nl/hielprik.
De kraamverzorgster belt de verloskundige als er problemen zijn.
De verloskundige is eindverantwoordelijk voor het verloop van het kraambed en komt een aantal keren op bezoek. In overleg met de kraamverzorgster en de kraamvrouw kijkt ze of alles normaal verloopt en indien nodig onderzoekt ze zelf moeder of baby. Bij problemen of vragen wordt er extra begeleiding gegeven. Bij problemen neem je contact op met de verloskundige.
De huisarts wordt middels een baringsverslag op de hoogte gesteld van de bevalling. Bij problemen is er overleg tussen de verloskundige en huisarts.
De kraamverzorgster zorgt aan het einde van het kraambed voor de overdracht naar de wijkverpleegkundige. Zij neemt contact met jullie op voor een huisbezoek en regelt de afspraak met het consultatieburo. Zo wordt de zorg automatisch overgenomen.
