Overtijd

Een zwangerschap duurt 40 weken. Aan het begin van je zwangerschap wordt er een termijnecho gemaakt om de definitieve bevallingsdatum te berekenen. Echter weten we dat de meeste baby's geboren gaan worden als het lichaam er rijp voor is. Deze periode mag variëren van 37 tot 42 weken, ofwel 35 dagen! 
Tot 42 weken mag je onder controle van de verloskundige afwachten, mits er geen redenen zijn om aan te nemen dat de conditie van kind of moeder achteruit gaan. Daarom vinden vanaf ruim 41 weken extra controles plaats in het ziekenhuis. Door middel van CTG en echo kunnen we een inschatting van de conditie maken, deze wordt teruggekoppeld naar de verloskundige. Er volgt een advies wie de controles blijft doen en wie gebeld moet worden indien de bevalling zich spontaan aankondigd. Spontane bevallingen verlopen natuurlijker en met minder kans op complicaties.

Wanneer je twee weken na de uitgerekende datum nog niet bevallen bent, noemen we dat overtijd zijn. De medische term is serotiniteit. In Nederland wordt de bevalling ingeleid bij 42 weken zwangerschap.

Hoe verloopt een inleiding?
Als er besloten is tot inleiding, dan beval je in het ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van de gynaecoloog. Er is een arts-assistent of klinisch verloskundige uit het ziekenhuis bij de bevalling aanwezig. Je komt op de afgesproken dag naar de kraamsuites van het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Meestal vragen we rond 07.15 uur te bellen met de afdeling Verloskunde, A5 Noord 073-5532020 of er een kraamsuite gereed is. Hiermee voorkom je lang wachten op de afdeling.

Bekijk ook de folder

miniatuur folder inleiding JBZ.PNG inleiden

 

Inleiden
Je kindje moet in goede conditie zijn voordat er wordt gestart met een inleiding, daarom zal er eerst een CTG, een hartfilmpje gedurende minimaal 30 minuten worden gemaakt. Daarna voert de arts-assistent of verloskundige een inwendig onderzoek uit om de rijpheid van de baarmoedermond te beoordelen. 
Gel of ballon
Er zijn twee manieren om de baarmoedermond te laten rijpen. Bijvoorbeeld door
het toedienen van prostaglandine-gel of door het plaatsen van een ballon. 
Breken van de vliezen
Door het breken van de vliezen komt er in je lichaam in een lage dosering oxytocine, een weeënstimulerend hormoon vrij. Het effect hiervan wordt één tot twee uur afgewacht. Krijg je geen weeën? Dan wordt oxytocine geleidelijk via een infuus toegediend. Het ophogen van de dosering stopt bij regelmatige weeën.
Controle van uw kind en de weeën
De conditie van je kind wordt gecontroleerd met een CTG. Dit kan uitwendig met een
knop op de buik. Wanneer de vliezen gebroken zijn, gebeurt dit inwendig. Er wordt
dan een draadje (schedel-elektrode) op het hoofd van je kind geplaatst. Dit gebeurt
tijdens het verrichten van een inwendig onderzoek. Met een tweede knop wordt de
weeënactiviteit geregistreerd.
De bevalling
Na het starten van de inleiding verloopt het dan hetzelfde als bij een bevalling die vanzelf op gang is gekomen. De geboorte van je kind en moederkoek gaan niet anders. Het voorbereiden van de bevalling kan bij een inleiding soms meerdere dagen duren. Zodra de bevalling op gang gekomen is, vindt de bevalling in principe binnen 24 uur plaats.
Risico’s en complicaties
Bij elke bevalling is er een risico op complicaties. De meeste inleidingen verlopen
zonder complicaties. De risico’s van een ingeleide bevalling zijn meestal niet groter
dan bij een spontane baring. Wel zijn onderstaande complicaties iets vaker te zien bij
een inleiding. Het is daarom belangrijk dat bij een keuze tot inleiding goed de voor en
nadelen van inleiden of afwachten worden bekeken. Daarbij is het belangrijk dat de
inleiding plaatsvindt onder CTG controle.
Dit zijn de meest voorkomende complicaties:
• Langdurige bevalling. Als de inleiding begint wanneer de baarmoedermond nog
niet rijp is, is de kans groter dat de bevalling lang zal duren. Er is meer tijd nodig
voor rijping. Het is goed om ervan bewust te zijn dat bij een langdurige bevalling
er kans is op een keizersnede. De kans hierop is klein, maar is wel groter dan bij
een natuurlijke bevalling.
• Overstimulatie. Dit wordt ook wel weeënstorm genoemd. Hierbij zijn er te snel en
te veel weeën achter elkaar. Als dit te lang duurt kan je kind hier last van hebben.
Dit is te zien op het CTG. De dosering van de oxytocine wordt verlaagd of gestopt.
Als het nodig is, krijg je via een infuus een weeënremmend medicijn.
• Tekenen van foetale nood. Dit wordt op het CTG gezien. De hartslag van je kind reageert op de weeën die worden opgewekt. Dan wordt de dosering verlaagd
of gestopt. Als het nodig is, krijg je via een infuus een weeënremmend medicijn.
Soms is een kunstverlossing nodig, zoals een zuignapbevalling of een keizersnede.

bereikbaarheid

SPOED

06 - 535 486 31

Dienstdoende verloskundige;

voor bevalling, bij klachten of als je ongerust bent.Krijg je de voicemail spreek dan je naam, adres en telefoonnummer in, dan bellen we altijd terug. Binnen 10 minuten geen reactie, bel dan nogmaals.

NIET DRINGENDE VRAGEN

073 - 521 07 64

De assistente is te bereiken op maandag, dinsdag en vrijdag van 9.00 tot 13.00 uur en woensdag en donderdag van 8.30 tot 16.30 uur.

Niet dringende vragen of annuleren van je afspraak (minimaal 24 uur tevoren) kan ook per mail info@belle-vie.nl

BELLEN DOOR ZIEKENHUIS

073 - 553 20 20

Als je ons, om welke reden dan ook echt niet kunt bereiken, dan kun je ons door het ziekenhuis laten bellen.